Vasthouden aan oude gewoontes
Mijn oudste dochter werd pas 25.
Vijfentwintig. Een kwart eeuw. Ik weet niet precies wanneer dat gebeurde, maar ergens tussen haar eerste stapjes en haar eerste zelfstandige belastingaangifte moet ik een paar jaar gemist hebben.
Op haar eerste verjaardag kreeg ze een enorme knuffelbeer cadeau. Geen lullig beertje, maar een exemplaar van formaat. Zo’n klassieke Winnie de Poeh, compleet met honingpot en een blik die permanent zegt: “Ik bedoel het goed.”
Voor ons was het een schot in de roos. Groot, zacht, indrukwekkend. Voor haar was het… vooral groot. En indrukwekkend.
Ze keek ernaar, schoof twee kontjes achteruit, en besloot dat dit geen vriendschap voor het leven ging worden. In plaats daarvan trok ze de strik van de verpakking los en ging ermee vandoor. De beer bleef onaangeroerd achter in de hoek.
Een uur lang heeft ze op de grond gezeten. Met de strik.
Niet met de beer. Niet met de honingpot. Met de verpakking.
Als trotse ouders zeiden we wat ouders dan zeggen: “Ach, ze is er lekker zoet mee.” Maar als ik er nu op terugkijk, zie ik er een pijnlijke metafoor in. Niet voor haar. Voor ons.
Voor de werkvloer.
Want hoe vaak krijgen wij geen indrukwekkende ‘beren’ aangereikt? Nieuwe software. Een tool met meer functionaliteiten dan wij knoppen op ons toetsenbord hebben. Een methodiek met indrukwekkende credentials. Een AI-oplossing die volgens de brochure alles kan behalve koffiezetten.
En wat doen wij?
We deinzen achteruit.
Te groot. Te complex. Te technisch. “Daar moet je zeker een certificering voor hebben.” “Dat is vast niet voor mij bedoeld.” “Leuk hoor, maar ik heb het al druk genoeg.”
Dus laten we de beer staan.
En pakken we de strik.
We discussiëren eindeloos over de aankondiging. Over de tone of voice van de mail. Over het management dat “weer iets nieuws heeft bedacht”. Over de PowerPoint met te veel slides. Over de consultant die het kwam uitleggen en net iets te glimmende schoenen droeg.
We houden ons bezig met de verpakking.
En net als mijn dochter komen we lange tijd niet van de grond.
Letterlijk niet, want we blijven zitten waar we zitten. Figuurlijk niet, want we benutten niet wat er voor ons neus staat.
Begrijp me goed: niet elke beer is een goede beer. Soms is het gewoon een onding met losse naden en een prijskaartje dat je doet huilen. Kritisch zijn is gezond. Maar angst voor de omvang of de indrukwekkende uitstraling is iets anders dan een inhoudelijke beoordeling.
Misschien moeten we wat vaker doen wat mijn dochter uiteindelijk ook deed (ja, echt). Een paar dagen later kroop ze tóch voorzichtig naar de beer toe. Eerst een tikje tegen zijn poot. Toen een aai. En uiteindelijk werd het haar favoriete knuffel.
De uitdaging voor jou en voor mij is simpel: blijf niet spelen met de strik.
De volgende keer dat er een nieuw systeem, een tool of een methode wordt geïntroduceerd, stel jezelf dan één vraag: ben ik nu bezig met de verpakking of met de inhoud?
Onderzoek. Klik. Test. Stel vragen. Durf ernaast te zitten. Geef het een eerlijke kans voordat je concludeert dat het “te groot” is.
Want misschien staat daar geen bedreigende beer.
Maar een honingpot vol kansen.
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

