Aardappels en de functiebeschrijving
Het begint met orde. Rust. Structuur. Een perfect Hollands gezinsmaal in wording. Nou, meestal dan 😉
Op het aanrecht liggen de ingrediënten keurig te wachten: sperziebonen, een karbonade en aardappels. Veel aardappels. Want niets is zo onrustig als te weinig aardappels. De pannen staan al klaar, alsof ze weten dat ze zo meteen een hoofdrol krijgen. Ik schil, spoel, snijd. Het mes tikt ritmisch op de snijplank. Dit is geen koken, dit is bijna meditatie.
In de woonkamer leeft ondertussen het gezin zijn eigen leven. Iemand ligt half ondersteboven op de bank met een telefoon, iemand anders is verdiept in huiswerk dat dringend af moet maar wonderbaarlijk genoeg al een kwartier onaangeraakt blijft. Er staat een televisie aan, maar niemand kijkt echt. Het is die prettige chaos die hoort bij “we zijn samen, maar ieder op zijn eigen manier”.
Af en toe dwarrelt er een ervaring van de dag de keuken in. “Je raadt nooit wat er vandaag gebeurde.” “Serieus? Dat meen je niet.” En soms een grapje, half gericht aan mij, half aan niemand in het bijzonder. Ik lach, roer in een pan, zet het vuur iets lager. De aardappels pruttelen tevreden. Alles onder controle.
Totdat de bel gaat.
Niet één keer. Nee, zo’n dwingende bel die zegt: ik blijf hier staan tot iemand opendoet. Een pakketje. Natuurlijk een pakketje. Waarschijnlijk weer een kerstcadeautje dat iemand “even snel” had besteld en inmiddels zelf ook vergeten was.
“Wil jij even…?” roep ik richting woonkamer.
Zonder morren staat iemand op. Niet om de deur open te doen (dat doe ik) maar om bij de aardappels te blijven. De pan krijgt een extra blik, een snelle roerbeweging. Het water mag niet overkoken. De aardappels moeten gaar worden, niet langzaam veranderen in aangebrande frieten.
Ik ren naar de deur, teken voor het pakketje, maak een praatje met de bezorger (“druk hè?” “ja, altijd”) en loop weer terug. In de keuken is niets misgegaan. De aardappels zijn gered. We kunnen straks gewoon eten wat bedoeld was.
En terwijl ik de pan afgiet, denk ik: dit doen we thuis eigenlijk heel vanzelfsprekend.
Maar op het werk… doen we dat daar ook?
Op de werkvloer hebben we namelijk ook aardappels. Taken die staan te koken. Processen die aandacht nodig hebben. Collega’s die soms even naar de deur moeten rennen, figuurlijk dan, omdat er iets onverwachts tussendoor komt.
De vraag is alleen: blijft er dan iemand bij de pan staan?
Of zeggen we: “Dat is niet mijn verantwoordelijkheid, hoor. Dat staat niet in mijn functiebeschrijving.” En lopen we weg. Met als resultaat dat de aardappels aanbranden.
Het bijzondere is: thuis doen we daar niet zo moeilijk over. Niemand zegt: “Sorry, ik kan niet op de aardappels letten, want ik ben officieel van de ‘bank-afdeling’. We weten allemaal dat we straks samen aan tafel zitten. En dat niemand zin heeft in aangebrande aardappels, ook degene die ze niet zelf heeft laten verbranden niet.
Op het werk ligt dat anders. Daar eten we het resultaat soms niet zelf. Of in elk geval niet direct. Dus laten we dingen makkelijker aanbranden. We begrenzen onze taken strak. Niet uit onwil, maar uit zelfbescherming. “Als ik dit ook nog ga doen, waar stopt het dan?” Of: “Doet iemand dit ooit voor mij?”
Een begrijpelijke gedachte. Maar ook een gevaarlijke.
Want organisaties functioneren opvallend veel als gezinnen rond etenstijd. Iedereen heeft zijn eigen rol, ja. Maar als niemand even waarneemt, loopt het geheel vast. Dan gaat de bezorger weer weg, de aardappels branden aan en aan tafel vraagt iemand: “Wie had dit eigenlijk in de gaten?”
En dan wijzen we. Naar elkaar. Of naar de functiebeschrijving.
Misschien is dat wel de subtiele boodschap van de aardappels. Samenwerken zit niet alleen in taakverdelingen en verantwoordelijkheden, maar in bereidheid. In het besef dat het geheel soms belangrijker is dan het stukje dat officieel van jou is.
Dat betekent niet dat je altijd alles maar moet oppakken. Ook thuis kook ik niet elke dag alleen. Maar het betekent wel dat je af en toe even bij de pan blijft staan, omdat je ziet dat het nodig is. Niet omdat het moet. Maar omdat je samen het resultaat eet.
En eerlijk is eerlijk: een organisatie met aangebrande aardappels smaakt niemand.
Dus de volgende keer dat op het werk de bel gaat en iemand even weg moet: kijk eens om je heen. Staat er ergens een pan te koken?
Even roeren kan het verschil maken. Niet alleen voor de aardappels, maar vooral ook voor de kok…
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

