Vol in de ankers
Ik woon aan een straat die eigenlijk geen straat wil zijn. Officieel is het “binnen de bebouwde kom”, maar iedereen die er rijdt, denkt dat hij op een Formule 1-circuit zit. Een weg van bijna drie kilometer waar de maximumsnelheid 50 is, maar waar menig bestuurder “vijftig” interpreteert als “ongeveer negentig, tenzij er geflitst wordt”.
Halverwege de straat staat, half verscholen tussen twee bomen, een flitspaal. Een ware volksvijand, die volgens de buurtapp “altijd op vrijdag om 14.00 uur aanstaat” (niemand weet waarom). Je ziet het gedrag van kilometers afstand aankomen: eerst de auto’s die als raketten op je afkomen, dan plotseling vol in de ankers, en honderd meter later weer vol gas vooruit. Het is een soort choreografie van collectieve zelfbeheersing: even braaf doen voor de camera, daarna weer los.
Ik moet er elke keer om lachen. Want die honderd meter netjes rijden voelt voor veel mensen blijkbaar als een morele overwinning: Kijk mij eens bewust zijn van de verkeersregels! Ondertussen is de rest van de weg nog steeds levensgevaarlijk.
En toen ik daar laatst stond met een kop koffie in de hand en mijn hart in de keel omdat iemand bijna een fietser meepakte dacht ik: dit is precies hoe het op veel werkvloeren ook gaat.
De flitspaalmentaliteit
Bedrijven plaatsen geen flitspalen, maar ze hebben wél hun eigen snelheidsremmers: KPI’s, bonussen, targets, verzuimpercentages. En net als automobilisten reageren medewerkers er precies hetzelfde op: ze doen keurig wat moet, maar alleen zolang er iemand meekijkt.
Ik zag laatst op LinkedIn een verhitte discussie over verzuimbeleid. Werkgevers die de eerste ziektedag voor rekening van de medewerker laten komen (“dan melden ze zich niet zo snel ziek!”) of juist een bonus geven aan wie zich een jaar lang niet ziek meldt (“dan blijven ze vast gezond!”). Twee totaal verschillende aanpakken, maar met hetzelfde effect: mensen passen tijdelijk hun gedrag aan, niet hun overtuiging.
Het is precies dat flitspaalgedrag. Je krijgt mensen die zich niet ziek melden, maar wel met koorts achter hun laptop zitten te zweten. De KPI daalt, de Excel is groen, en iedereen klapt tevreden in Teams, maar niemand is er beter van geworden.
De 100-meterillusie
Het probleem is dat we vaak sturen op wat meetbaar is, niet op wat waardevol is. “Ziekteverzuim omlaag” klinkt lekker concreet. “Gezonde, betrokken medewerkers” is een stuk vager — en vraagt ook iets van leiderschap. Een echt gesprek, bijvoorbeeld. Over werkdruk, motivatie of dat knagende gevoel op zondagavond.
Maar dat is lastiger dan een bonusregeling uitrollen.
Dus zetten we liever onze mentale flitspaal aan.
Een manager vertelde me eens trots dat zijn team “bijna nooit ziek” was. Toen ik vroeg hoe dat kwam, zei hij: “Tja, ze weten dat ik niet van ziekmeldingen houd.” Dat klonk minder als een compliment en meer als een dreigement met een glimlach.
Het was precies die honderd meter van de flitspaal: iedereen hield zich netjes aan de snelheid, maar verderop waren de brokken al zichtbaar.
Een andere route
Wat als we het doel veranderen? Niet “zo min mogelijk ziekmeldingen”, maar “zo veel mogelijk gezonde mensen”. Niet “flink doorwerken”, maar “slim volhouden”. Dat vraagt geen nieuwe Excel, maar een andere houding.
Ik sprak laatst een leidinggevende die dat letterlijk anders doet. Elke maandag begint hij niet met de cijfers, maar met de vraag: “Wie heeft er dit weekend níet aan werk gedacht?” De eerste keer was het akelig stil. Inmiddels is het een sport geworden. “Ik heb zelfs m’n laptop niet gezien!” riep iemand laatst trots. Kleine overwinning, groot verschil.
Want gezond gedrag ontstaat niet door angst voor een flits, maar door vertrouwen in de weg.
Door ruimte om gas terug te nemen zonder meteen afgerekend te worden.
De manager als verkeersleider
Het mooie is: je hebt als manager eigenlijk maar één superkracht nodig: verbinding. Dat klinkt zweverig, maar is dodelijk praktisch.
Een goed gesprek voorkomt filevorming. Een beetje aandacht voorkomt oververhitting. En soms is het gewoon even stilstaan bij iemand die al maanden “prima” zegt, maar eruitziet als een zombie in een Zoom-call.
Ik ken een manager die zijn team elke vrijdag vraagt om één ding te delen dat energie gaf, en één ding dat energie kostte. Geen grote evaluatie, geen PowerPoint, gewoon even luisteren. Het leverde hem meer inzichten op dan welk dashboard ook. En het grappige: het verzuim daalde vanzelf. Zonder flitspaal, zonder bonus, zonder sanctie.
Tot slot
Ik loop nog regelmatig langs die flitspaal. Soms zie ik mensen zó hard remmen dat ik bijna applaudisseer. Het is bijna poëtisch: hoe we even keurig doen, om daarna weer plankgas te geven.
Maar ik gun iedereen op de weg én op het werk een langere remweg. Eentje waar we niet alleen vertragen omdat het moet, maar omdat het goed voelt.
Feitelijk moeten we met z’n allen iets minder in de ankers en iets vaker in gesprek. Want eerlijk: een boete doet even pijn, maar een burn-out duurt een stuk langer.
En mocht je me ooit zien staan langs die weg met een kop koffie, zwaai dan gerust. Ik ben niet aan het flitsen. Ik kijk alleen even hoe we samen weer soepel door kunnen rijden.
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

