Aanpassingsvermogen
Afgelopen week reed ik de snelweg op. Zo’n invoegstrook waar je nét lang genoeg hebt om te denken: dit komt goed… en nét te kort als je besluit daar pas halverwege over na te denken.
Ik keek in mijn spiegel. Een rij auto’s kwam met een stevig tempo aanzetten. Links van mij reed een vrachtwagen. Daarachter een busje. Achter mij een automobilist die blijkbaar dacht dat richtingaanwijzers een optioneel accessoire zijn.
Heel even schoot er door mijn hoofd: ik gooi hem er gewoon tussen. Dat had gekund. Tenminste… één keer. Daarna waarschijnlijk niet meer.
Dus deed ik wat we allemaal op de snelweg automatisch lijken te kunnen. Ik paste mijn snelheid aan. Liet de vrachtwagen eerst voorbij. Keek nog een keer in mijn spiegel. Versnelde iets. En schoof op precies het juiste moment soepel tussen twee auto’s naar links. Niemand toeterde. Niemand remde. Niemand hoefde uit te wijken. Tien seconden later reed iedereen weer zijn eigen tempo. Zijn eigen route. Zijn eigen bestemming.
En ergens tussen afrit 12 en de volgende file moest ik ineens aan de werkvloer denken. Want invoegen kunnen we in het verkeer verrassend goed. Tussen mensen blijken we er een stuk meer moeite mee te hebben. Op de werkplekken waar ik mee mag kijken kom ik grofweg twee soorten mensen tegen.
De eerste categorie rijdt alsof ze alleen op de weg zijn. Hun mening is de waarheid. Hun idee moet uitgevoerd worden. Hun tempo is het juiste tempo. Ze slingeren zonder te kijken van baan naar baan en verwachten dat de rest zich wel aanpast. Dat levert indrukwekkend veel remlichten op.
De tweede categorie is precies het tegenovergestelde. Die blijft eindeloos op de invoegstrook rijden. Past zich voortdurend aan. Laat iedereen voorgaan. Cijfert zichzelf weg. Neemt geen ruimte. En komen aan het einde van de invoegstrook klem te staan. Of rijden voor ze het weten jaren de route van iemand anders, terwijl ze eigenlijk ergens heel anders naartoe wilden.
Beide lijken misschien heel verschillend. Maar allebei botsen uiteindelijk. De één letterlijk met anderen. De ander langzaam met zichzelf. De kunst zit ergens in het midden. Want aanpassen is niet hetzelfde als jezelf wegcijferen. En je eigen koers varen is niet hetzelfde als overal dwars doorheen beuken. Dat vraagt iets wat we op de snelweg vanzelfsprekend vinden, maar op het werk opvallend vaak vergeten: kijken.
Daarom is die spiegel misschien wel het belangrijkste onderdeel van de auto. Niet om voortdurend achterom te blijven kijken. Maar om te zien hoe jij je verhoudt tot de rest. Wie rijdt er naast je? Wie nadert sneller dan jij? Waar zit de ruimte? En wanneer is het slim om even gas terug te nemen… of juist bij te geven?
Die spiegel bestaat op de werkvloer ook. Alleen noemen we hem feedback. Of communicatie. Nieuwsgierigheid. Zelfreflectie. Het vermogen om af en toe even uit te zoomen en jezelf de vraag te stellen: hoe kom ik eigenlijk over? Want misschien vind jij jezelf lekker direct. Terwijl collega’s vooral een botsing ervaren. Of denk jij dat je heel meegaand bent. Terwijl anderen zich afvragen of je eigenlijk nog wel zegt wat je echt vindt.
Aanpassingsvermogen betekent niet dat je telkens iemand anders moet worden. Het betekent dat je bewust kiest welk gedrag op dat moment het meeste helpt om samen vooruit te komen. Soms is dat even wachten. Soms versnellen. Soms ruimte geven. En soms juist ruimte nemen.
Dat is geen zwakte. Dat is vakmanschap. Sterker nog, ik denk dat dit één van de meest onderschatte vaardigheden is binnen organisaties. Teams lopen zelden vast omdat mensen onvoldoende kennis hebben. Veel vaker lopen ze vast omdat mensen niet goed weten wanneer ze moeten invoegen, wanneer ze moeten versnellen en wanneer ze beter even een vrachtwagen voor kunnen laten.
En nee, daar bestaat geen navigatiesysteem voor. Het goede nieuws is dat je het kunt leren. Door vaker in de spiegel te kijken. Door nieuwsgierig te zijn naar het verkeer om je heen. Door af te stemmen, richting aan te geven. En door te beseffen dat jouw bestemming belangrijk is, maar dat je die meestal niet bereikt door alsof je alleen op de weg bent.
Ik reed die ochtend zonder toeters, remlichten of schade mijn route verder. Niet omdat ik de snelste was. Maar omdat ik me eerst wist te voegen, om daarna mijn eigen weg te kiezen. Misschien is dat uiteindelijk wel de essentie van samenwerken. Niet de massa volgen. Maar ook niet dwars door de massa heen rijden. Door met je eigen unieke weg bij te dragen aan het geheel, én ook je eigen doel te bereiken.
Dus als jij morgen weer ‘invoegt’ in een overleg, een team of een gesprek… Kijk je dan vooral naar de ruimte die jij wilt innemen, of eerst even in de spiegel om te ontdekken hoe jij het beste kunt invoegen zonder jezelf (én de ander) onderweg kwijt te raken?
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

