Er brandt een lampje.
Het dashboard liegt niet. Of toch wel?
Er is een moment in elke auto waarop je jezelf even betrapt. Dat kleine oranje lampje. Je ziet ’m. Je registreert ’m. En je besluit… nog even door te rijden. “Kan nog wel.” Totdat het lampje blijft. Of gezelschap krijgt. Eerst eentje. Dan twee. En ineens rijd je niet meer, maar onderhandel je met je dashboard. “Als jij stopt met knipperen, beloof ik dat ik morgen olie bijvul.”
We kennen het allemaal. Het dashboard is onze gewetensfunctie op wielen. Het vertelt ons precies wanneer er iets mis is. Bandenspanning te laag. Oliepeil onder de norm. Motor te heet. En het mooie is: we doen er ook iets mee. Uiteindelijk. Soms direct. Soms als het écht niet meer te negeren is.
En gelukkig is daar dan nog de APK. Dat verplichte moment waarop iemand die er wél verstand van heeft onder de motorkap kijkt. Niet omdat er al rook uitkomt, maar om te voorkomen dat het zover komt. Best een geruststellend systeem eigenlijk.
Totdat je het vergelijkt met hoe we organisaties runnen. Daar hebben we namelijk ook dashboards. KPI-dashboards. Met mooie grafieken, stoplichten en pijltjes omhoog en omlaag. En ook daar gaan lampjes branden. Verzuim loopt op. Verloop stijgt. Medewerkerstevredenheid daalt. Productiviteit hapert. En wat doen we dan?
We gaan repareren. Workshop erbij. Coach inhuren. Nieuwe regeling optuigen. Teamoverleg plannen. Misschien zelfs een inspirerende keynote (met PowerPoint en alles). Kortom: olie bijvullen terwijl de motor al staat te roken. En begrijp me niet verkeerd: dat is beter dan niets doen. Maar het roept wel een interessante vraag op: Waarom wachten we tot het lampje gaat branden? Waarom rijden we door totdat het dashboard ons bijna dwingt om in actie te komen? Waarom plannen we wel een APK voor een stuk blik (kunststof) op de weg, maar niet voor de mensen in onze samenwerking?
Want laten we eerlijk zijn: organisaties geven signalen af lang voordat de KPI’s beginnen te knipperen. Alleen… die signalen staan niet op het dashboard.
Die hoor je. In de kleine bijgeluiden. De zucht na een vergadering. De grapjes bij de koffieautomaat die nét iets te scherp zijn. De stilte van die ene collega die vroeger altijd iets zei.
Die zie je. In de blikken die elkaar ontwijken. De mailtjes in cc “voor de zekerheid”. De agenda’s die voller zijn dan de energie die erin zit.
Die ruik je bijna. Een soort subtiele geur van frustratie. Van “zo doen we het hier nou eenmaal”.
Van energie die langzaam verdampt. Maar daar hebben we geen lampjes voor. Dus negeren we ze. Totdat ze zich vertalen naar cijfers. En dan, hoppa, gaat het dashboard aan en springen we in de actie. Terwijl de motor al een tijdje niet meer lekker loopt.
Het interessante is: in een auto zouden we dat nooit doen. Stel je voor dat je tijdens het rijden denkt: “Ik hoor een tikkend geluid onder de motorkap, maar ik wacht wel even tot er een lampje gaat branden.” Dan zou iedereen zeggen: misschien toch even laten checken. Maar in organisaties noemen we dat… druk zijn. Of ‘prioriteiten stellen’. Of “we hebben nu even andere dingen aan ons hoofd”.
En voor je het weet is het tikje een bonk geworden. De bonk een rookpluim. En de rookpluim een probleem dat ineens “uit het niets” komt. Spoiler: dat kwam het niet. Het zat er al. Alleen hebben we niet onder de motorkap gekeken. En dat is waar leiderschap en samenwerking interessant worden. Want goed leiderschap is niet alleen reageren op wat zichtbaar is. Het is ook nieuwsgierig zijn naar wat nog niet zichtbaar is. Het is af en toe stoppen. Motorkap open. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.
“Hoe loopt het hier eigenlijk?” Niet in cijfers. Maar in gevoel. Niet in rapportages. Maar in gesprekken. Niet alleen vragen: Wat gaat er mis?Maar vooral: Wat hoor jij wat ik niet hoor?
En misschien nog wel spannender: Wat zeggen we hier niet tegen elkaar, maar weten we eigenlijk allemaal wel? Dat zijn de momenten waarop je voorkomt dat het dashboard ooit gaat knipperen. Maar ja… dat vraagt iets. Het vraagt tijd. Aandacht. En soms de moed om iets aan te kaarten wat nog geen probleem “mag” zijn. Want zolang er geen lampje brandt, voelt het al snel overdreven. Totdat het dat niet meer is.
Dus misschien is het tijd om onze organisaties iets meer als een auto te behandelen. Niet in de zin dat we er elke dag in moeten stappen en hopen dat hij start, maar in de manier waarop we onderhoud plegen. Niet alleen reageren op signalen. Maar actief op zoek gaan naar hoe het écht loopt.
Drie simpele tips om je eigen ‘APK voor samenwerking’ te doen:
- Plan onderhoud vóórdat het nodig is
Wacht niet op verzuimcijfers of exitgesprekken. Plan regelmatig momenten waarin het alleen gaat over samenwerking. Niet over targets, maar over hoe het voelt om hier te werken. - Luister naar het ‘geluid onder de motorkap’
Let op kleine signalen: cynisme, stiltes, terugkerende irritaties. Dat zijn vaak vroegtijdige indicatoren van grotere issues. - Maak het veilig om te benoemen wat nog geen probleem is
Creëer ruimte voor zinnen als: “Dit is misschien nog geen issue, maar het schuurt wel een beetje.” Dáár zit je winst.
En als afsluiter, eentje om even op te kauwen:
Als jouw organisatie een auto was… zou je er morgen zorgeloos mee op vakantie gaan, of zou je stiekem hopen dat er geen lampje gaat branden onderweg?
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

