Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Toen ik van loondienst overstapte naar fulltime ondernemerschap, kwam er niet alleen een einde aan een vaste salarisstrook, maar ook aan een lange periode van leaseauto’s. De bekende parade van grijze stations en degelijke middenklassers verdween uit mijn leven. Ik leverde mijn leaseauto in en kocht voor het eerst in jaren weer zelf een auto.
Na enig wikken en wegen werd het een gebruikte Mini. Niet de meest rationele keuze op papier, maar wel eentje met een vleugje fun. En eerlijk is eerlijk: naast plezier waren er ook genoeg nuchtere overwegingen. Compact, zuinig genoeg, prima voor wat ik nodig heb. Dus daar stond hij, en daar reed ik in weg.
Wat me vrijwel meteen opviel: in mijn lease-wereld zag ik nauwelijks Mini’s rijden. Maar nu ik er zelf één had, leken ze ineens overal te zijn. Bij mij in de straat stonden er meerdere. Onderweg kwam ik ze constant tegen. Alsof iemand ergens op een knop had gedrukt: toon alle Mini’s.
Natuurlijk weet ik rationeel dat ze er al die tijd al waren. Alleen zag ik ze niet. Of beter gezegd: ik selecteerde ze niet. Mijn focus stond anders afgesteld. En zodra die focus verschoof, veranderde mijn werkelijkheid mee.
Dat mechanisme fascineert me. Niet alleen op de weg, maar vooral op het werk. Want daar werkt het precies zo. We lopen allemaal rond met ons eigen interne algoritme. Een soort zelfgeschreven filter dat bepaalt wat we zien, wat we belangrijk vinden en misschien nog wel belangrijker, wat we structureel negeren.
Neem die collega waarvan “iedereen weet” dat hij altijd moeilijk doet. Je hoeft zijn naam niet eens te noemen; hij heeft een reputatie. Zodra hij in een overleg zijn mond opendoet, denk je al: zie je wel. Alles wat daarna komt, wordt automatisch langs die meetlat gelegd. Dat hij misschien een terecht punt maakt, glipt moeiteloos langs je heen. Je ziet geen argumenten meer, je ziet “die lastige collega”. Net zoals ik geen Mini’s zag, tot ik er zelf in reed.
Of de manager die bekendstaat als iemand die nooit luistert. Je gaat een gesprek al in met de verwachting dat het zinloos is. Gevolg: je brengt je punt halfslachtig, met een zekere gelatenheid. De manager reageert inderdaad niet enthousiast. Conclusie: zie je wel. Het algoritme bevestigt zichzelf keurig.
Een andere klassieker: “In dit bedrijf krijg je toch geen ruimte voor nieuwe ideeën.” Vaak uitgesproken door mensen die allang gestopt zijn met het aandragen van ideeën. Niet omdat ze er geen hebben, maar omdat hun beeld van de werkelijkheid inmiddels als waarheid voelt. En waarheid is lastig te bevragen, laat staan te herschrijven.
Het venijn zit ’m erin dat dit algoritme ons ooit geholpen heeft. Het maakt de wereld overzichtelijk. Het bespaart energie. Je hoeft niet elke situatie opnieuw te analyseren als je al weet “hoe het zit”. Alleen… de bijwerking is dat het ons ook vastzet. We reageren niet meer op wat er is, maar op wat we verwachten.
Ik sprak laatst iemand die ervan overtuigd was dat hij “nu eenmaal geen commercieel type” is. Dat verhaal vertelde hij met zoveel overtuiging dat je bijna zou vergeten dat hij al jaren zelfstandig ondernemer is. Bij doorvragen bleek dat hij vooral een hekel had aan het beeld dat hij zelf had bij verkoop: gladde praatjes, pushen, trucjes. Alles wat daar niet in paste, had hij onbewust buiten zijn definitie gehouden. Resultaat: hij zag zijn eigen commerciële gedrag niet eens meer. Net zoals ik die Mini’s niet zag.
Het mooie en tegelijk confronterende is dat dit algoritme geen vast gegeven is. Het is aanpasbaar. Maar daar is wel iets voor nodig: twijfel. De bereidheid om te denken dat jouw beeld van de werkelijkheid misschien niet de werkelijkheid is, maar slechts een versie ervan.
Dat hoeft niet zwaar of belerend te zijn. Het begint vaak met kleine momenten. Je afvragen waarom je je ergert aan die ene collega. Of waarom je altijd hetzelfde ziet misgaan in vergaderingen. Of waarom je bepaalde kansen steevast over het hoofd lijkt te zien, terwijl anderen ze moeiteloos oppakken. Ik kan dit niet. Dit is niet voor mij weggelegd.
Sinds ik in een Mini rijd, zie ik ze overal. Niet omdat ze ineens zijn verschenen, maar omdat mijn focus is verschoven. Dat stemt hoopvol. Want als onze aandacht zo’n groot effect heeft op wat we waarnemen, dan betekent dat ook dat onze werkelijkheid beweeglijker is dan we soms denken.
Misschien is het de moeite waard om af en toe even te checken: welk “type auto” zie ik eigenlijk de hele dag? En belangrijker nog: wat zie ik daardoor niet?
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

