Auto-no-me
Ik zat laatst in de auto, althans, dat dacht ik. Want eerlijk: het voelde meer alsof ík het passagierstoestel was en de auto de gezagvoerder.
“Schakel nu naar de volgende versnelling.”
“Blijf in uw rijstrook.”
“U bent vermoeid, neem een pauze.”
Ik wachtte eigenlijk alleen nog op: “Heb je je doelen voor dit kwartaal al geformuleerd?”
Want mijn auto is niet zomaar een voertuig. Nee, het is een rijdende HR-afdeling. Compleet met feedbackloops, performance-indicatoren en verplichte pauzes. Als hij ook nog functioneringsgesprekken kan voeren, kan hij meteen teamlead worden.
En terwijl ik daar rijd (of begeleid word, afhankelijk van hoe je het bekijkt) denk ik: dit is precies hoe het op veel werkvloeren voelt.
Niet omdat mensen niet kunnen werken. Maar omdat alles en iedereen mee lijkt te kijken. Systemen, protocollen, managers, KPI’s… het is alsof er voortdurend iemand vanachter je bureaustoel fluistert:
“Zou je dat wel zo doen?”
De automatische piloot die alles van je overneemt
In organisaties gaat het soms net zoals op de snelweg.
Je wilt naar links, maar er is een systeem dat zegt: “Ho ho, dat is niet volgens het proces.”
Je wilt een idee inbrengen, maar de procedure roept: “Eerst drie formulieren invullen graag.”
Je wilt gewoon je werk doen, maar er zijn vijf overlegmomenten, drie dashboards en acht stakeholders die er iets van moeten vinden.
En dan vragen we ons af waarom 1,6 miljoen Nederlanders burn-outachtige klachten ervaren. Misschien omdat we allemaal in een mentale Tesla zitten zonder stuur, en toch de schuld krijgen wanneer we een afslag missen.
Autonomie: de brandstof die we vergeten bij te tanken
In de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden staat zwart op wit dat gebrek aan autonomie de grootste veroorzaker is van spanningsklachten. Geen verrassing. Mensen kunnen veel aan, zolang ze maar zélf mogen bepalen hoe ze hun route rijden.
Het doet me denken aan wat er in Filevorming gebeurt :
iedereen staat stil, niemand weet waarom, en toch blijft iedereen harder duwen. Alsof drie centimeter vooruit ineens de doorbraak is.
Maar autonomie draait niet om harder gas geven. Het draait om zélf mogen schakelen.
Organisaties: minder toeteren, meer richtingaanwijzers
Veel organisaties lijken op een kruispunt in Rome: iedereen wil bewegen, maar niemand komt vooruit.
Teams roepen harder, managers managen meer, systemen belemmeren vrolijk mee.
Wat zou helpen?
Stoppen met ieder risico dichttimmeren. Geef kaders, geen kooien.
Doelen helder maken. Zoals in Ik manifesteer me suf : je hoeft niet te affirmeren, je moet weten waar het doel staat.
Vertrouwen geven dat mensen zelf kunnen rijden. Echt waar, 99% van de medewerkers weet prima hoe een knipperlicht werkt.
Organisaties vergeten soms dat controle geen vooruitgang oplevert, net zoals een file niet oplost door harder te toeteren.
(En ook niet door een extra manager aan te stellen die het toeteren coördineert.)
Managers: van copiloot naar routecoach
Micromanagers zijn de lane-assist van de werkvloer.
Goed bedoeld, maar je schrikt je rot als ze ineens ingrijpen.
Een goede manager lijkt meer op een router (zoals in Kom ik binnen? ):
iemand die zorgt dat iedereen verbinding houdt. Niet iemand die om de vijf minuten vraagt of je nóg een checkpoint wilt insturen.
Wat werkt wel?
Vragen stellen in plaats van sturen.
Richting geven zonder elke meter te controleren.
Tijd maken om te luisteren naar het “wachtwoord” van je medewerker.
Soms is dat wachtwoord “rust”, soms “duidelijkheid”, soms “laat me even zelf proberen voordat je ingrijpt”.
En soms is het gewoon “koffie”.
Medewerkers: autonomie begint óók bij jezelf
We willen allemaal vrijheid.
Maar soms hebben we die vrijheid keurig opgevouwen in de kast gelegd, zoals die Ikea-kastjes uit Functie elders .
Ze stonden ooit perfect, nu zijn ze vooral iets dat in de weg staat.
Veel mensen blijven hangen in oude gewoontes, workflows, zelfs functies.
Niet omdat ze nog passen, maar omdat ze ooit paste.
Autonomie vraagt dus ook om loslaten. Om durven uitspreken wat wél werkt.
En om jezelf serieus te nemen als bestuurder van je eigen werk.
Tot slot: laat de auto eens z’n mond houden
Ik heb inmiddels bedacht dat mijn auto misschien gelijk heeft als hij zegt dat ik pauze moet nemen.
Niet omdat hij het zegt, maar omdat ík voel dat ik het nodig heb.
En misschien is dát precies waar autonomie over gaat: niet dat anderen je route bepalen, maar dat je zélf weer mag bepalen wanneer je remt, gas geeft, afslaat of eens langs de weg gaat staan om uit te puffen.
Dus de volgende keer dat je werk voelt als een auto die je continu corrigeert:
zet de piepjes even uit, adem diep in en vraag jezelf:
Rijd ík nog, of word ik gereden?
Want vooruitgang is prachtig.
Maar alleen als we zelf het stuur nog vasthouden.
Neem jij jouw communicatie serieus?
Wil jij graag meer bereiken met jouw communicatie dan ergernis bij een ander?
Kies dan jouw datum voor de training effectief communiceren!

